Gedetailleerd overzicht

© E. Delbart
© E. Branquart

Geïnvadeerde site

© M. Halford
Print page

Spiraea alba

Identiteit

Naam: Witte pluimspirea
Origine: Noord-Amerika
Type plant: Struik
Levenscyclus: Overblijvend
Gedragscode: Bijlage II
Invasie status (ISEIA protocol): Zwarte lijst
Belangrijkste functie: Heesters

Beschrijving

Deze fiche is gemeenschappelijk voor de 3 soorten Noord-Amerikaanse Spiraea's: S. alba, S. douglasii and S. x bilardii. Struiken met rizomen, hoogte van 1 tot 2 meter, meerdere stengels aan de basis. Kan voorkomen als geïsoleerde planten of dicht struikgewas. S. alba heeft kleine witte bloempjes, gegroepeerd in dichte, kegelvormige pluimen. Enkelvoudige, getande bladeren.

Verspreiding

De verspreidingsmanier in België is waarschijnlijk afhankelijk van de soort en het milieu. S. alba en S. x billardii lijken zich enkel vegetatief m.b.v. rizoom- en scheutvorming voort te planten. Rizomen kunnen zich uitbreiden tot enkele meters van de moederplant. In Wallonië (Zuid-België) kon er geen zaadkieming vastgesteld worden. Stekken worden ook vermeld in de literatuur. Kleine rizoomfragmenten (10 cm lang) hebben de potentie om te regenereren, regeneratievermogen van 20% voor S. Alba. Deze fragmenten kunnen over lange afstand vervoerd worden door water en grondtransport.

Habitat

Noord-Amerikaanse spiraea's koloniseren rivieroevers, natte bossen, open plekken in bossen en bosranden. Ze groeien op zandige tot lemige bodems, vrij vochtig en zuur. S. alba wordt meestal teruggevonden langs lineaire netwerken (snelwegen, rivieren, hagen). Wordt ook aangeplant in tuinen en parken.

Gevolgen

Soort geklasseerd als A2 in België. Noord-Amerikaanse spiraea's ontwikkelen zich zeer snel m.b.v. wortelstokken en hebben zo sterke laterale expansiemogelijkheden. Ze vormen gemakkelijk aaneengesloten, monospecifieke populaties die de inheemse flora verdringen en de plantendiversiteit verminderen. Deze soorten kunnen beschermde natuurgebieden koloniseren zoals rivieroevers en alluviale bossen. In de Ardennen (Zuid-België) werden enkele planten vrijwillig aangeplant, deze verspreidden zich een Natura 2000 bosgebied over een oppervlakte van meer dan 3 hectares langs rivieren. Maar weinig inheemse soorten kunnen zich onder dit dicht struikgewas ontwikkelen waardoor de regeneratie van bomen verhinderd wordt. De soort is moeilijk te beheersen door hergroei (scheutontwikkeling) na omhakken. Voor meer informatie.

Aanbeveling

(1) Vermijd deze soort aan te planten in de buurt van waterlopen en waterijke gebieden vooral in de buurt van beschermde gebieden (natuurreservaten, Natura 2000 gebieden, etc.) ; (2) plaats bij het aanplanten een rhizoombegrenzer om laterale wortelgroei te beperken.

Mogelijke inheemse alternatieven

Belangrijkste functie

Heesters

[ Terug ]