Afdrukken

Bijkomende informatie

 

Deze sectie bevat extra informatie over bepaalde maatregelen die opgenomen zijn

in de Gedragscode invasieve planten.

  

Namen en synoniemen van invasieve planten

Invasieve planten hebben soms verschillende namen en/of synoniemen. Het is daarom zeer belangrijk om zekerheid te hebben over de identiteit van de planten die u teelt of verkoopt om te kunnen nagaan of ze tot de lijst van invasieve planten behoren. Om dit te kunnen garanderen, moeten de planten met de correcte en volledige geslachts- en soortnaam (in het Latijn) en met de gebruikelijke Nederlandstalige naam benoemd worden. De naam van de cultivar, variëteiten of hybrieden dient bij geslachts- en soortnaam vermeld te worden (e.g. voor een cultivar Buddleja davidii 'Harlequin'; voor een variëteit: Berberis thunbergii var. atropurpurea; voor een hybriede: Aster x salignus). Heel wat planten worden onder de geslachts- en cultivarnaam verkocht, zonder indicatie van de soortnaam (e.g. Lupinus 'Gallery blue'). Op deze manier is het niet direct duidelijk over welke plantensoort het nu echt gaat.

    Lijst van de namen en synoniemen van invasieve planten

 

Beheer tuinafval

Het dumpen van tuin- of plantafval  (zowel land- als waterplanten) is een zeer gekende vector in de verspreiding van invasieve plantensoorten. Dit afval kan fragmenten van invasieve planten (zaden, stengelfragmenten, wortels of rhizomen) bevatten vanwaaruit nieuwe populaties kunnen ontstaan in de natuur. Tuin- of plantafval (alsook slecht verteerd compost) mag niet gedumpt worden in de natuur, afval van waterplanten hoort ook niet thuis in rivieren. Het dumpen van tuinafval is zelfs wettelijk verboden in België. Groenafval dient verwerkt te worden volgens wettelijke voorschriften (compostering, geauthorizeerde inzamelingsplaatsen).

 garden_waste2_web  garden_waste_web

  Dumping van tuinafval in het wild. De foto links bevat tuinafval van Prunus laurocerasus (Foto: M. Halford)

Aanbevelingen voor aanplantingen

De plantensoorten die opgenomen zijn in bijlage II van de Gedragscode dienen met de nodige voorzichtigheid gebruikt te worden. Deze planten kunnen in bepaalde natuurlijke milieus of onder specifieke omstandigheden invasief worden. Eenmaal aangeplant in stedelijke, voorstedelijke of landelijke gebieden kunnen ze 'ontsnappen' en habitats van groot ecologisch belang koloniseren. Wees voorzichtig bij gebruik van deze planten en vermijd vooral om deze aan te planten in de buurt van gevoelige habitats. Ter vervanging van deze planten kunnen alternatieve planten voorgesteld worden.

Zo is rimpelroos (Rosa rugosa) een soort die zeer invasief is in duingebieden, de duinen zijn zeldzame en beschermde gebieden. Er wordt dus aanbevolen om te vermijden deze soort aan te planten in parken, tuinen, langs wegen (autosnel- en spoorwegen) die gesitueerd zijn langs de kust.

Gevoelige habitats en soorten van Bijlage II

Aanbevelingen voor aanplantingen van soorten van Bijlage II

 

Aanbevelingen voor alternatieve planten

Onze partners engageren zich om alternatieve planten te promoten in plaats van de invasieve planten vermeld in de Gedragscode. Elke partner is vrij om zelf alternatieve planten voor te stellen. Een alternatieve plant is een niet-invasieve plant, die ter vervanging van de invasieve plant kan gebruikt worden; d.w.z. een plant met gelijkaardige sier- of functionele waarde maar die geen risico voor de biodiversiteit inhoudt. In de catalogussen staan er tal an planten die aan deze criteria voldoen. Een brochure en folder met een selectie alternatieve planten zijn beschikbaar in de sectie 'Alternatieve planten'.

Exotische planten kunnen ook met de nodige voorzichtigheid als alternatief voorgesteld worden want momenteel is het nog niet te voorspellen welke planten invasief zullen worden in de toekomst (zeker niet in het persectief van klimaatsveranderingen).  Sommige planten die momenteel nog niet als invasief beschouwd worden, kunnen binnen 10, 50 of 100 jaar dit wel zijn. Dit is te wijten aan de latentieperiode tussen de initiële introductie en de uiteindelijke expansiefase (zie FAQ, vraag 11 en de invasie-etappes die beschreven zijn in l'Etat de l'Environnement Wallon).

De Belgische lijst van invasieve planten kan niet als volledig beschouwd worden. Sommige invasieve soorten werden nog niet geëvalueerd door het Belgisch Biodiversiteitsplatform en kunnen dus invasief gedrag vertonen en een gevaar voor de biodiversiteit betekenen. Zo worden bepaalde andere Cotoneaster soorten (e.g. Cotoneaster damneri, C. simonsii, C. microphyllus) als invasief beschouwd in het het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.  Weldra zal er op de website van het Biodiversiteitsplatform (http://ias.biodiversity.be) een lijst beschikbaar zijn van soorten die in de toekomst geëvalueerd zullen worden. De evaluatieiijst omsluit soorten die een risico zijn voor de biodiversiteit omdat ze ofwel recent expansief gedrag vertonen of omdat er in België of buurlanden milieuschade werd gerapporteerd. Alhoewel de uiteindelijke risico-analyse voor de planten op de evaluatielijst nog niet werd uitgevoerd, bevelen we aan om deze planten uit veiligheidsoverwegingen niet als alternatieve plant voor te stellen.

Ter herinnering: de planten opgenomen in de alarmlijst van invasieve planten (Akebia quinata, Carprobrotus edulis, Carpobrotus acinaciformis, Echinocystis lobata, Lonicera japonica, Phytolacca americana, Cabomba caroliniana) zijn eveneens invasieve planten, en mogen daarom niet als alternatieve plant voorgesteld worden.

 

Informatie over cultivars

Door veredelingsprogramma's komen er vele nieuwe cultivars op de markt, ook cultivars van invasieve plantensoorten. Het is niet bewezen dat deze cultivars dezelfde invasieve eigenschappen hebben als de natuurlijke soort. Sommige cultivars kunnen een gelijkaardige of grotere invasiecapaciteit hebben, terwijl andere minder invasief en bijgevolg minder risicovol zijn. Eigenschappen zoals ziekteresistentie, winterhardheid, bloemrijkheid, gemakkelijke vermenigvuldiging, hoge kiemingsgraad of snelle groei kunnen het invasief gedrag positief beïnvloeden. Dwerggroei, late bloei, steriele cultivars (stabiel in de tijd) of lage vruchtbaarheid zijn daarentegen eigenschappen die het invasief gedrag niet versterken. Momenteel zijn er weinig wetenschappelijke gegevens hierover beschikbaar. Deze informatie dient verder verzameld te worden om de types (cultivars, variëteiten, hybrieden) met een hoger of lager risico op invasiviteit te kunnen identificeren.In dit vulgariserend artikel vindt u een bloemlezing van de onderzoeken gewijd aan dit item.

Er zijn ook risico's verbonden aan invasieve planten die als onderstam worden gebruikt. Recent toonden een wetenschappelijk artikel aan dat Pyrus calleryana (invasief in de Verenigde Staten) dat ook ook onderstammen zich gemakkelijk kunnen verspreiden in semi-natuurlijke habitats (lees het artikel verschenen in het tijdschrift Biological Invasions). In België worden meerdere invasieve plantensoorten als onderstam gebruikt (bijvoorbeeld Acer negundo, Acer rufinerve, Amelanchier lamarckii, Fraxinus pennsylvanica, Prunus laurocerasus, Robinia pseudoacacia, Rhododendron ponticum, Rosa rugosa en Quercus rubra).

  

 

Specifieke labelling

Specieke labelling van invasieve planten in de verkooppunten is een andere goede manier om informatie te verschaffen over de risico's van invasieve planten (voor de soorten van Bijlage II in de Gedragscode).

    Voorbeelden labels

Cotoneaster horizontalis (Rosaceae)
Vlakke dwergmispel
Afkomstig uit ChinaKleine struik - bodembedekker
Invasief in beschermde gebieden zoals kalkrijk grasland en droog grasland, waar het de botansiche samenstelling en de vegetatiedynamiek wijzigt. Ook aanwezig op rotsachtige hellingen en verlaten steengroeven.
Niet aanplanten in de omgeving van kalkrijke graslanden of rotsachtige habitats. Kan gemakkelijk ontsnappen en binnendringen in semi-natuurlijke habitats.  

 

Rosa rugosa (Rosaceae)
Rimpelroos
Afkomstig uit Oost-Azië
Struik aangewend als bodembedekker, landschapsbeplanting en windbreker. Verdraagt zout en droogte. 
Zeer invasief in beschermde habitats zoals kustduinen en zandig grasland waar het een bedreiging vormt voor de inheemse flora en fauna en het ecosysteem wijzigt.
Niet aanplanten in de nabijheid van kustduinen. Kan gemakkelijk ontsnappen en binnendringen in semi-natuurlijke habitats.  

 

Spiraea alba (Rosaceae)
Witte pluimspirea
Afkomstig uit Noord-Amerika
Sierstruik, invasief langs rivieren en drasland, waar het dichte populaties kan vormen en inheemse fauna en flora beconcurreert.
Niet aanplanten langs rivieren of drasland.

 

Indien u labels wenst voor de andere invasieve plantensoorten uit Bijlage II, aarzel niet om ons te contacteren. Het AlterIAS-team kan u verder specifieke informatie voor de labels bezorgen.